Uitleg
Je berekent de footprint door verbruiksgegevens, zoals liters brandstof, kubieke meters gas, kilowatturen stroom en zakelijke kilometers, te vermenigvuldigen met emissiefactoren. Zo krijg je per bron een uitstoot, die je optelt tot één totaal in CO2-equivalenten. Gebruik emissiefactoren uit een erkende, actuele bron.
De uitstoot wordt meestal ingedeeld in scope 1, 2 en 3, volgens een veelgebruikt internationaal protocol. Scope 1 is directe uitstoot uit eigen bronnen, scope 2 is indirecte uitstoot door ingekochte energie en scope 3 is overige indirecte uitstoot in de keten, zoals ingekochte producten en woon-werkverkeer.
De footprint is een meting, geen doel op zich. Hij vormt de basis voor reductiedoelen, voor rapportages aan klanten en voor kaders als de CO2-Prestatieladder of een VSME-rapport. Let op de afbakening: welke vestigingen en scopes je meeneemt, en dat je elk jaar dezelfde methode volgt om te kunnen vergelijken.
Voorbeeld uit de praktijk
Een installatiebedrijf telt over een jaar het brandstofverbruik van de bedrijfsbusjes, het gasverbruik van het kantoor, de ingekochte elektriciteit en de zakelijke vliegreizen op. Met emissiefactoren rekent het dat om naar CO2-equivalenten.
© 2026 BrydgeOne. Algemene informatie, geen juridisch of ander professioneel advies. Aan deze uitleg kunnen geen rechten worden ontleend.
