Uitleg
PBM beschermen alleen de persoon die ze draagt, en alleen als ze passen, onbeschadigd zijn en goed worden gebruikt. Daarom staan ze in de maatregelenhiërarchie onderaan: je zet ze in als je het gevaar niet bij de bron kunt wegnemen of afschermen, of als aanvulling daarop.
Voorbeelden zijn een helm, veiligheidsschoenen, gehoorbescherming, een veiligheidsbril, handschoenen, adembescherming en een valbeveiliging met harnas. Welke PBM nodig zijn, volgt uit de RI&E of een TRA. De werkgever zorgt voor geschikte middelen, instructie en onderhoud; de medewerker gebruikt ze volgens afspraak.
Goed PBM-beheer betekent: de juiste keuze en maat, uitgifte vastleggen, keuringen en vervaldata bewaken (zoals bij een valharnas), beschadigde middelen vervangen en regelmatig controleren of mensen ze ook dragen. Een toolbox over PBM helpt als dat in de praktijk niet goed gaat.
Voorbeeld uit de praktijk
Een monteur die op hoogte werkt, draagt een helm, veiligheidsschoenen en een valharnas. Het harnas wordt periodiek gekeurd en na een val buiten gebruik gesteld.
© 2026 BrydgeOne. Algemene informatie, geen juridisch of ander professioneel advies. Aan deze uitleg kunnen geen rechten worden ontleend.
