BrydgeOne
Plan een demo
  1. Home
  2. Kennisbank
  3. Risicomatrix maken: voorbeeld met schalen, kleurzones en uitgewerkte scores
Veiligheid7 min lezen

Risicomatrix maken: voorbeeld met schalen, kleurzones en uitgewerkte scores

Een risicomatrix is een tabel waarin je het risico bepaalt als kans maal effect: je geeft de kans een score, de ernst van het gevolg een score en leest het resultaat af in een kleurzone. Je maakt er een door eerst beide schalen concreet te definiëren, daarna aan elke kleur een vaste actie te koppelen en elk risico na de maatregelen opnieuw te scoren. Hieronder staan de stappen, voorbeeldschalen en een uitgewerkt voorbeeld.

Wat is een risicomatrix en hoe bereken je de risicoscore?

Een risicomatrix zet de kans dat iets gebeurt tegenover het effect als het gebeurt. Dat effect heet ook wel ernst of gevolg. De kans staat meestal op de verticale as en de ernst op de horizontale as. Elk vakje is een combinatie, en de kleur van dat vakje laat zien hoe zwaar het risico weegt. Zo zie je in één blik welke risico's je het eerst aanpakt.

De risicoscore berekenen is eenvoudig: kans maal ernst. Is de kans 3 en de ernst 4, dan is de score 12. Die uitkomst is geen meting maar een gestructureerde inschatting. Het doel is een rangorde waarmee je beslist waar maatregelen het eerst nodig zijn, en dat lukt alleen als iedereen de schaal hetzelfde leest.

3x3, 4x4 of 5x5 risicomatrix: welke indeling past bij jou?

Het getal geeft aan hoeveel niveaus kans en ernst elk hebben. Een grotere matrix onderscheidt fijner, maar vraagt ook strengere definities. Kies de kleinste indeling waarmee je team consistent kan scoren, en gebruik dezelfde indeling in de hele organisatie: een risico van productie en een risico van inkoop zijn alleen vergelijkbaar op dezelfde matrix. Dit zijn de drie gangbare indelingen:

  • 3x3: drie niveaus per as, bijvoorbeeld laag, midden en hoog. Geschikt voor kleine organisaties en een eerste snelle ronde. Nadeel: veel risico's belanden in het middenvak, waardoor een rangorde ontbreekt.
  • 4x4: vier niveaus per as. Er is geen neutraal middenvak, dus je kiest voor de lichte of de zware kant. Een goed compromis als 3x3 te grof voelt.
  • 5x5: vijf niveaus per as, met scores van 1 tot en met 25. Veel gebruikt en fijn genoeg om te prioriteren, maar alleen bruikbaar als elk niveau scherp is omschreven.

Kans en ernst definiëren zodat twee mensen hetzelfde scoren

De zwakste plek van elke risicomatrix is een schaal met alleen woorden als klein, matig en groot. Twee collega's lezen daar twee dingen in. Geef elk niveau een omschrijving die je kunt controleren: bij kans een frequentie of een ervaring uit je eigen bedrijf, bij ernst het concrete gevolg voor mensen, milieu, kwaliteit of geld.

Leg ook vast wat je beoordeelt: het meest waarschijnlijke gevolg of het ergste denkbare. Veel organisaties kiezen bij veiligheid voor het realistisch ergste gevolg. Test de schaal daarna met een kalibratieronde: laat drie of vier mensen los van elkaar vijf bestaande situaties scoren en bespreek de verschillen. Wijkt de score twee niveaus af, dan is de omschrijving niet scherp genoeg.

Voorbeeld van een kansschaal en een ernstschaal

Hieronder staat een illustratief voorbeeld van een 5x5 indeling. De omschrijvingen en aantallen zijn bijvoorbeelden. Pas ze aan op jouw bedrijf, je sector en je eigen incidentgeschiedenis, en leg de keuze vast in je risicobeleid zodat iedereen met dezelfde schaal werkt.

  • Kans 1, zeer onwaarschijnlijk: komt in de branche zelden voor en is bij ons nooit gebeurd.
  • Kans 2, onwaarschijnlijk: is elders in de branche voorgekomen, bij ons nog niet.
  • Kans 3, mogelijk: is bij ons weleens gebeurd, ongeveer eens in de paar jaar.
  • Kans 4, waarschijnlijk: gebeurt bij ons minstens één keer per jaar.
  • Kans 5, zeer waarschijnlijk: gebeurt bij ons meerdere keren per jaar of bijna dagelijks.
  • Ernst 1, verwaarloosbaar: geen letsel, geen schade, geen invloed op de klant.
  • Ernst 2, gering: klein letsel dat met eerste hulp is opgelost, kleine schade of een klacht die snel is afgehandeld.
  • Ernst 3, matig: letsel met verzuim, merkbare schade of vertraging, een formele klacht.
  • Ernst 4, ernstig: ernstig letsel met ziekenhuisopname, grote schade of verlies van een belangrijke klant.
  • Ernst 5, catastrofaal: overlijden of blijvend invaliderend letsel, grote milieuschade of stilstand van het bedrijf.

Kleurzones: wat doe je bij groen, geel, oranje en rood?

Een score zegt niets zolang er geen afspraak aan hangt. Koppel daarom aan elke kleur een vaste actie, een verantwoordelijke en een termijn. De wet schrijft geen kleurenschema voor, dus dit is een afspraak binnen je organisatie. Stem hem af met je preventiemedewerker of arbodienst. De grenzen hieronder zijn illustratief voor het 5x5 voorbeeld.

  • Groen, score 1 tot en met 4: acceptabel. Extra maatregelen zijn niet nodig; houd de bestaande beheersing in stand en beoordeel het risico bij de volgende ronde opnieuw.
  • Geel, score 5 tot en met 9: maatregelen plannen. Bepaal binnen een afgesproken termijn, bijvoorbeeld drie maanden, welke maatregelen redelijk zijn en wie ze oppakt.
  • Oranje, score 10 tot en met 15: snel maatregelen nemen. Een leidinggevende stelt een plan op met eigenaar en korte termijn, bijvoorbeeld binnen een maand, en tot die tijd gelden tijdelijke maatregelen.
  • Rood, score 16 tot en met 25: direct ingrijpen. Het werk start niet of stopt tot er maatregelen zijn genomen, en de directie weet ervan.
  • Uitzondering voor ernst 5: een risico met kans 1 en ernst 5 scoort slechts 5 (geel), terwijl één incident fataal kan zijn. Laat risico's met de hoogste ernst daarom altijd door de directie of een tweede beoordelaar bekijken, hoe laag de score ook is.

Restrisico na maatregelen en risicoacceptatie

Beoordeel elk risico twee keer: zonder extra maatregelen en daarna met de maatregelen die je kiest. Wat overblijft is het restrisico. Een maatregel verlaagt de kans, de ernst of allebei. Werk volgens de STOP-volgorde: eerst het gevaar wegnemen of vervangen (substitutie), dan technische maatregelen, dan organisatorische maatregelen en pas als laatste persoonlijke beschermingsmiddelen.

Score het restrisico pas als de maatregel is ingevoerd, niet op basis van een plan. Valt het restrisico nog in oranje of rood, dan zijn extra maatregelen nodig of beslist een bevoegd persoon het bewust te accepteren. Leg die acceptatie vast met naam, datum en reden, en stel een datum in om opnieuw te beoordelen.

Een risicoscore veroudert. Plan daarom een vaste herbeoordeling, bijvoorbeeld jaarlijks, en beoordeel ook opnieuw na een incident, een bijna-ongeval, een verbouwing, een nieuwe machine of een auditbevinding. Zonder die ronde blijft de matrix een momentopname van de dag dat hij werd ingevuld.

Risicomatrix of Kinney & Wiruth: wat is het verschil?

De risicomatrix gebruikt twee factoren: kans en ernst. De Kinney & Wiruth-methode voegt blootstelling toe, dus hoe vaak of hoe lang mensen aan het gevaar worden blootgesteld. Daardoor onderscheidt Kinney beter tussen een gevaar waar iemand dagelijks mee te maken heeft en een gevaar dat zelden speelt. De berekening staat uitgelegd bij het begrip Kinney-methode.

Kies één methode per register en wissel niet per risico, anders zijn de scores niet vergelijkbaar. Een matrix past bij breed gebruik door veel mensen en bij risico's die je snel wilt rangschikken. Kinney past bij een RI&E waarin de duur van de blootstelling veel uitmaakt.

Uitgewerkt voorbeeld: vier risico's scoren en herscoren

Een bedrijf met magazijn, montage en hijswerk scoort vier risico's met de schalen en zones hierboven. Alle cijfers zijn illustratief. Per risico staan de score zonder extra maatregelen, de maatregel en de score erna. Merk op dat de maatregelen vooral de kans verlagen en dat de ernst gelijk blijft.

Het hijsrisico laat het belang van de ernstregel zien. Ondanks de lage score van 5 blijft de ernst 5, dus de directie beoordeelt het restrisico en legt de acceptatie vast. Het uitglijrisico blijft geel, wat acceptabel kan zijn als de leidinggevende de acceptatie met datum vastlegt en een herbeoordeling plant.

  • Snijwond bij montage met een stanleymes: kans 4, ernst 2, score 8 (geel). Maatregel: veiligheidsmes met intrekbaar lemmet en snijbestendige handschoenen. Daarna kans 2, ernst 2, score 4 (groen).
  • Aanrijding tussen heftruck en voetganger in het magazijn: kans 3, ernst 4, score 12 (oranje). Maatregel: aparte looproutes en een maximumsnelheid. Daarna kans 2, ernst 4, score 8 (geel).
  • Medewerker loopt onder een hijslast door: kans 4, ernst 5, score 20 (rood). Maatregel: hijswerk stopt tot de zone is afgezet, daarna een vaste afzetting van de hijszone. Daarna kans 1, ernst 5, score 5 (geel).
  • Uitglijden op een natte vloer bij de laaddeur: kans 3, ernst 3, score 9 (geel). Maatregel: afvoer en een mat bij de deur plus een vaste schoonmaakronde. Daarna kans 2, ernst 3, score 6 (geel).

Veelgemaakte fouten bij een risicomatrix

De meeste problemen met een risicomatrix zijn geen rekenfouten maar afspraken die ontbreken of niet worden nageleefd. Loop de lijst hieronder langs voordat je de matrix in gebruik neemt, en bespreek bij een bestaande matrix welke punten bij jullie voorkomen. Eén afgesproken correctie per punt is vaak genoeg om de scores weer bruikbaar te maken.

  • De schaal is niet gedefinieerd, waardoor iedereen een andere betekenis geeft aan matig of groot.
  • Alles wordt geel: uit voorzichtigheid kiest iedereen het midden. Vraag bij elke score om een voorbeeld uit de praktijk.
  • Eén persoon scoort alleen. De mensen die het werk uitvoeren kennen kans en gevolg het best.
  • Er is geen herbeoordeling, ook niet na een incident of wijziging, waardoor scores verouderen.
  • Het restrisico wordt ingevuld op basis van een plan in plaats van een maatregel die echt werkt.
  • Aan de kleuren hangt geen actie, eigenaar of termijn, waardoor een rood risico ongemerkt blijft liggen.
  • Zeldzame risico's met zeer ernstige gevolgen verdwijnen tussen de lage scores omdat er geen ernstregel is.
  • Twee matrices naast elkaar in dezelfde organisatie, waardoor risico's niet te vergelijken zijn.

Zo ondersteunt BrydgeOne dit

In de module Risico’s & kansen stelt een beheerder de matrix zelf in: de grootte (3×3, 4×4 of 5×5), de benamingen, de scoreberekening en per niveau de grens en de kleur. Per risico leg je het restrisico vast, verwacht of beoordeeld, en een risicoacceptatie vraagt onderbouwing. Evaluaties blijven met hun volledige historie bewaard en maatregelen worden acties in de centrale actielijst.

Voor één concrete taak gebruik je de TRA, waarin je het risico per taakstap beoordeelt met maatregelen en restrisico. In RI&E / plan van aanpak kies je maatregelen met de STOP-wizard, die doorlopen naar de actielijst. Zo verzamel je bewijs voor de aanpak van risico's en kansen (clausule 6.1 van ISO 9001 en ISO 45001). BrydgeOne helpt dat bewijs te verzamelen; certificeren doet een certificerende instelling.

© 2026 BrydgeOne. Algemene informatie, geen juridisch of ander professioneel advies. Aan dit artikel kunnen geen rechten worden ontleend.

Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen

Hoe bereken je een risicoscore met een risicomatrix?

Je vermenigvuldigt de score voor de kans met de score voor de ernst. Bij kans 3 en ernst 4 is de score 12. Aan de score hangt een kleurzone met een vaste actie. Het blijft een inschatting, dus bespreek de scores met mensen die het werk kennen en leg de schaaldefinities vast.

Welke risicomatrix moet ik voor een RI&E gebruiken?

De wet schrijft geen bepaalde matrix of methode voor. Kies een schaal die je team consistent kan toepassen en leg die vast. Veel branches hebben een eigen RI&E-instrument of een arbocatalogus. Ga na wat voor jouw branche geldt en bespreek je keuze met de deskundige die de RI&E toetst.

Vanaf welke score moet ik maatregelen nemen?

Er is geen algemeen geldende grens. Organisaties leggen zelf vast vanaf welke zone maatregelen nodig zijn, vaak vanaf geel of oranje. In het voorbeeld in deze gids is dat geel. Stel daarnaast een regel in voor de hoogste ernst, zodat een zeldzaam maar zwaar risico nooit onopgemerkt blijft.

Is een risicomatrix verplicht voor ISO 9001 of ISO 45001?

Nee. De normen vragen dat je risico's bepaalt en aanpakt (clausule 6.1), maar schrijven geen methode voor. Een risicomatrix is een veelgebruikte manier om dat te doen. Vraag bij twijfel aan je certificerende instelling wat zij als bewijs verwachten.

Hoe vaak moet je een risicomatrix herzien?

Plan een vaste ronde, bijvoorbeeld jaarlijks, en beoordeel ook opnieuw bij een incident, bijna-ongeval, wijziging in werkwijze of machine, of een auditbevinding. Beoordeel hoge risico's vaker dan lage. Leg bij elk risico een datum voor de volgende beoordeling vast.

Zie hoe BrydgeOne dit ondersteunt

Je betaalt alleen voor de modules die je activeert, vanaf € 49 per maand. In een demo laten we zien hoe het werkt met jullie eigen processen.