Uitleg
Doelstellingen vertalen je beleid naar iets waar mensen aan kunnen werken, zoals minder verbruik, minder incidenten of meer tevreden klanten. Ze zijn bij voorkeur SMART: specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden. En ze horen bij de functies en processen die er invloed op hebben.
Bij elke doelstelling hoort een plan: wat ga je doen, wie is verantwoordelijk, welke middelen heb je nodig, wanneer is het klaar en hoe meet je het resultaat? Dat plan wordt vaak uitgewerkt in acties. De voortgang volg je met KPI's en bespreek je tijdens de directiebeoordeling.
Een doelstelling is geen taak en geen KPI. De taak is de activiteit waarmee je het doel nastreeft, de KPI is de meetlat. Wordt een doel niet gehaald, dan is dat een reden om te onderzoeken waarom en om het plan of het doel bij te stellen. Zo werkt de PDCA-cyclus door in je doelen.
Voorbeeld uit de praktijk
Een afvalverwerker stelt als doelstelling dat er dit jaar meer bijna-ongevallen worden gemeld, omdat melden de basis is voor leren. De KAM-coördinator is verantwoordelijk en rapporteert elk kwartaal.
© 2026 BrydgeOne. Algemene informatie, geen juridisch of ander professioneel advies. Aan deze uitleg kunnen geen rechten worden ontleend.
